ECLI:NL:GHAMS:2008:BC7138
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.P.A. Boersma
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Inktcartridge zonder printkop ingedeeld als drukinkt en niet als printerdeel
Belanghebbende verzocht om een bindende tariefinlichting voor een inktcartridge (B cartridge) die uitsluitend geschikt is voor bepaalde printers. De inspecteur had het goed ingedeeld onder post 3215 90 80 (drukinkt), terwijl belanghebbende betoogde dat het een onderdeel van de printer was en onder post 8473 30 90 moest vallen.
De Douanekamer onderzocht of de cartridge als een essentieel deel van de printer kon worden beschouwd. Uit jurisprudentie en de kenmerken van het product bleek dat de cartridge geen mechanische of elektronische onderdelen bevat en slechts dient om inkt te leveren. Het inkt-inducerend onderdeel reguleert de inkttoevoer, maar verandert niets aan het wezenlijke karakter van het goed.
Het hof oordeelde dat het begrip 'deel' vereist dat het onderdeel noodzakelijk is voor de werking van het geheel, wat bij deze cartridge niet het geval is. De cartridge ontleent haar wezenlijk karakter aan de inkt, niet aan het materiaal of de functie als printeronderdeel. Daarom is de juiste indeling onder post 3215 90 80 van de GN.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De Douanekamer veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de inktcartridge wordt ingedeeld onder post 3215 90 80 van de GN.