ECLI:NL:GHAMS:2008:BC8437
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Groen
- Spek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep bij verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet
Appellante verzocht de rechtbank Utrecht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet, gericht op het verbod tot ontruiming van haar woning. De rechtbank wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat zij tot de schuldsaneringsregeling zou worden toegelaten. De ontruiming vond vervolgens plaats.
Appellante ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, stellende dat haar verzoek volgens artikel 287b Fw behandeld moest worden en dat tegen een afwijzing daarvan hoger beroep mogelijk moest zijn. Het hof stelde vast dat appellante geen verzoekschrift had ingediend op grond van artikel 284 lid 4 Fw Pro, waardoor het verzoek niet als bedoeld in artikel 287 lid 4 Fw Pro kon worden opgevat.
Het hof overwoog dat de Faillissementswet geen hoger beroep openstelt tegen beslissingen op grond van artikel 287b Fw en dat het ontbreken van een appelmogelijkheid geen omissie van de wetgever is, gelet op het gesloten stelsel van hoger beroep binnen de Faillissementswet en de wetsgeschiedenis.
Daarom verklaarde het hof appellante niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en kwam het niet toe aan inhoudelijke behandeling van haar grieven. De ontruiming van de woning bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de afwijzing van haar verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Fw.