ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9788
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking betalingsverplichting aandelenlease wegens tekortschieten bank in zorgplicht
In deze zaak stond de betalingsverplichting van appellant jegens Dexia Bank Nederland N.V. uit een effectenlease-overeenkomst centraal. Appellant werd veroordeeld tot betaling van een restschuld van €4.594,14, waarvan het hof oordeelde dat appellant slechts één derde deel, €1.531,38, behoefde te voldoen vanwege tekortkomingen van Dexia in haar zorgplicht.
Appellant voerde diverse verweren aan, waaronder dwaling, misbruik van omstandigheden, nietigheid wegens strijd met de Wet op het consumentenkrediet en niet-nakoming door Dexia. Het hof verwierp deze verweren, onder meer omdat appellant geacht werd de aard van de lening en de betalingsverplichting te begrijpen en omdat misbruik van omstandigheden niet aannemelijk was.
Wel stelde het hof vast dat Dexia onvoldoende had gewaarschuwd voor het risico van een restschuld en nagelaten had inlichtingen in te winnen over de financiële situatie van appellant. Dit tekortschieten in de bijzondere zorgplicht maakte het onaanvaardbaar dat appellant de volledige restschuld moest betalen.
Daarom beperkte het hof de betalingsverplichting tot één derde van de restschuld, conform de zogenaamde Duisenberg-regeling. De overige vorderingen van appellant werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd voor dat deel vernietigd. De proceskosten in hoger beroep werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Appellant is veroordeeld tot betaling van één derde van de restschuld plus wettelijke rente, met afwijzing van verdere vorderingen.