ECLI:NL:GHAMS:2008:BD0664
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.F.M. Hofhuis
- R. van der Galiën
- J.Z. Moree
- M.G.L. den Os-Brand
- J. Smal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeslissing Kamer van Toezicht notarissen
In deze zaak hebben notarissen hoger beroep ingesteld tegen een tussenbeslissing van de Kamer van Toezicht over een onderzoek naar hun naleving van wettelijke verplichtingen, waaronder de Wet op het notarisambt, Wet identificatie bij dienstverlening en Wet melding ongebruikelijke transacties.
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) voerde het onderzoek uit op last van de plaatsvervangend voorzitter van de Kamer. De notarissen voerden meerdere formele en inhoudelijke verweren, waaronder dat het BFT niet bevoegd was het onderzoek uit te voeren en dat het onderzoek ondeugdelijk was. De Kamer verwierp deze verweren en verklaarde het BFT ontvankelijk in zijn klachten.
Het hof oordeelt dat het stelsel van de Wet op het notarisambt en de wetsgeschiedenis zich verzetten tegen hoger beroep tegen tussenbeslissingen van de Kamer van Toezicht. Het hoger beroep van de notarissen wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigt dat het BFT bevoegd is als klager op te treden en dat de Kamer een onafhankelijke tuchtrechter is die de klachten en verweren inhoudelijk zal beoordelen in een eindbeslissing.
De uitspraak benadrukt de scheiding tussen toezicht en tuchtrecht en bevestigt dat de Kamer van Toezicht bevoegd is het onderzoek te gelasten en te beoordelen, waarbij het BFT een toezichthoudende en klagerrol vervult. De notarissen krijgen gelegenheid om inhoudelijk verweer te voeren tegen de klachten in een later stadium van de procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep van de notarissen tegen de tussenbeslissing is niet-ontvankelijk verklaard.