ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1162
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Ginkel
- Dozy
- Van Acht
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid en schadevergoeding na ernstige mishandeling met blijvend oogletsel
Deze zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een vonnis van de rechtbank Utrecht waarin hij aansprakelijk werd gehouden voor zware mishandeling van geïntimeerde op 21 februari 2003. De mishandeling leidde tot het verlies van een oog van geïntimeerde. Het hof gaat uit van de strafrechtelijke bewezenverklaring dat appellant het slachtoffer met een kapot glas in het oog stak terwijl het slachtoffer versuft en weerloos op de grond lag.
Appellant voerde aan dat geïntimeerde het gevecht was begonnen en dat sprake was van eigen schuld, waardoor de schadevergoeding verminderd zou moeten worden. Het hof oordeelt dat hoewel geïntimeerde het gevecht begon met een vuistslag, het letsel veroorzaakt is door een disproportionele en ernstige handeling van appellant, die niet in verhouding staat tot de eerdere vuistslag.
Het hof wijst de grieven van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De immateriële schadevergoeding van € 20.000,- wordt als passend beoordeeld, mede gelet op vergelijkbare jurisprudentie en de ernst van het letsel. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant aansprakelijk is voor volledige schadevergoeding wegens ernstige mishandeling met blijvend oogletsel.