ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1223
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Mens
- Van Gelder
- Keulen
- Rechtspraak.nl
Matiging onderhoudsverplichting man wegens ongegronde beschuldigingen vrouw van seksueel misbruik kind
Partijen zijn in 2000 gehuwd en gescheiden in 2007. Uit het huwelijk is een kind geboren over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Na de echtscheiding beschuldigde de vrouw de man ten onrechte van seksueel misbruik van het kind, zonder objectief bewijs. Diverse instanties, waaronder het AMK en UMC, concludeerden dat de vrouw mogelijk moedwillig beschuldigt of pathologisch gedrag vertoont. De vrouw bleef vasthouden aan haar beschuldigingen en frustreerde de omgang tussen man en kind.
De man verzocht om matiging van zijn onderhoudsverplichting jegens de vrouw, omdat de beschuldigingen het gevoel van lotsverbondenheid hebben aangetast, een belangrijke grondslag voor alimentatie. Het hof oordeelde dat de vrouw haar aantijgingen ten onrechte heeft gedaan en dat het redelijk is dat de man niet volledig zijn resterende draagkracht aan de vrouw hoeft te besteden.
Het hof stelde de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind vast op € 795,- per maand vanaf 31 mei 2007, en € 650,- per maand vanaf 18 juli 2007, rekening houdend met zijn draagkracht en andere onderhoudsverplichtingen. De vrouw kreeg geen bijdrage in haar levensonderhoud toegewezen. De bestreden beschikking werd deels vernietigd en deels bekrachtigd.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind wordt verhoogd, terwijl zijn bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw wordt afgewezen vanwege haar ongegronde beschuldigingen.