ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1246
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Makkink
- Olthof
- Lenselink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij samenhangende vorderingen tegen gelieerde vennootschappen
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd was om kennis te nemen van vorderingen van appellant tegen Spectranetics Corporation en Spectranetics B.V., twee gelieerde vennootschappen die hun bevoegdheden ontlenen aan dezelfde licentieovereenkomst met Interlase.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat zij niet bevoegd was ten aanzien van Spectranetics Corporation, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof stelde vast dat er sprake was van een zodanige samenhang tussen de vorderingen tegen beide verweerders dat gezamenlijke behandeling gerechtvaardigd is, conform artikel 7 Rv Pro en de jurisprudentie van het HvJ EG.
De vorderingen waren gebaseerd op wanprestatie en onrechtmatige daad, waarbij Spectranetics B.V. zou profiteren van tekortkomingen van Spectranetics Corporation. Het hof oordeelde dat het algemene beginsel van bevoegdheid van de rechter van de woonplaats van de verweerder werd gevolgd en dat de samenhang tussen de vorderingen het risico op onverenigbare beslissingen voorkwam.
Het hof verklaarde appellant ontvankelijk in het hoger beroep tegen het vonnis ten aanzien van Spectranetics Corporation, maar niet-ontvankelijk voor zover het de zaak tegen Spectranetics B.V. betrof. Tevens werden proceskostenveroordelingen uitgesproken, waarbij Spectranetics Corporation werd veroordeeld in de kosten van het bevoegdheidsincident.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Utrecht voor verdere behandeling en beslissing over de inhoudelijke vorderingen tegen Spectranetics Corporation.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd om kennis te nemen van de samenhangende vorderingen tegen Spectranetics Corporation en Spectranetics B.V.