ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2315
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- E.M. Vrouwenvelder
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot terugbetaling douanerechten wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een douane-expediteur, had in 1994 en 1995 uitnodigingen tot betaling ontvangen wegens niet-gezuiverde vervoersdocumenten. Na langdurige correspondentie en procedures werd in 2001 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij bezwaarschriften werden ingetrokken en partijen finale kwijting verleenden.
In 2004 verzocht belanghebbende om ambtshalve terugbetaling van geïnde bedragen op grond van het arrest Lensing & Brockhausen van 1999, dat volgens hem betekende dat Nederland niet bevoegd was tot heffing. De inspecteur wees dit verzoek af wegens overschrijding van de driejaarstermijn voor terugbetalingsverzoeken zoals bedoeld in artikel 236 van Pro het Douanewetboek (CDW).
De Douanekamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat het beroep op toeval of overmacht niet was bewezen. De vaststellingsovereenkomst was vrijwillig en rechtsgeldig gesloten, en de jurisprudentie die belanghebbende aanvoerde was reeds bekend vóór het sluiten van de overeenkomst. Daarom werd het verzoek tot terugbetaling niet-ontvankelijk verklaard en het beroep gegrond verklaard om de inspecteur te dwingen deze niet-ontvankelijkheid uit te spreken.
Uitkomst: Verzoek tot terugbetaling van douanerechten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder gegrond beroep op overmacht.