ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3950
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Vaessen
- Van Acht
- Lenselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet belemmeren vervulling opschortende voorwaarde bouwvergunning
Partijen sloten een koopovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat een onherroepelijke bouwvergunning voor een appartementencomplex met zes appartementen zou worden verleend. MBB diende een schetsontwerp in dat door de Welstandscommissie werd afgewezen vanwege onvoldoende kwaliteit en niet-passende uitstraling in de omgeving.
Konst stelde dat MBB de vervulling van de opschortende voorwaarde had belemmerd door na afwijzing van het ontwerp geen nieuw plan in te dienen en geen bouwvergunning aan te vragen. Het hof oordeelde echter dat het niet aanvragen van een bouwvergunning na een negatief welstandsadvies niet zonder meer als belemmering kan worden gezien, zeker niet wanneer verdere inspanningen zinloos zouden zijn geweest.
De Welstandscommissie had bezwaren tegen het ontwerp vanwege het gestapelde karakter en de afwijking van de villastijl in de buurt. Konst kon niet concreet aantonen hoe deze bezwaren overwonnen konden worden. De brief van Konst' advocaat werd niet als ingebrekestelling aangemerkt omdat geen termijn voor vergunningverlening was overeengekomen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het in conventie oordeelde, wees de vordering van Konst af, veroordeelde haar in de proceskosten en bekrachtigde het vonnis voor zover het in reconventie was gewezen.
Uitkomst: De vordering van Konst wordt afgewezen omdat MBB de vervulling van de opschortende voorwaarde niet heeft belemmerd.