ECLI:NL:GHAMS:2008:BD5274
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.E.A. Wildenburg
- J.M. Verheul
- E.J. van Schaardenburg-Louwe Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij doodslag na aanranding
Op 30 april 2004 ontstond een conflict tussen verdachte en het slachtoffer in een hotelkamer, waarbij het slachtoffer verdachte aanviel door haar tegen een bureau te duwen en mogelijk met een telefoon te gooien. Verdachte, die 28 weken zwanger was, raakte in paniek en stak het slachtoffer met een mes in de onderbuik. Tijdens de worsteling stak het slachtoffer verdachte in haar been, waarna verdachte het slachtoffer meerdere keren in nek en borst stak, wat leidde tot diens overlijden.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer, die een rechtvaardiging tot verdediging gaf. Verdachte overschreed echter de grenzen van noodzakelijke verdediging. Het hof achtte aannemelijk dat het handelen van verdachte voortkwam uit een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de aanranding, mede door een posttraumatische stressstoornis die zij had opgelopen door eerdere mishandeling.
De dissociatieve toestand van verdachte verlaagde haar drempel om heftig te reageren en maakte haar ongeschikt om de situatie adequaat te beoordelen. Het hof verwierp het betoog van culpa in causa en concludeerde dat verdachte niet bewust de confrontatie had gezocht. Daarom slaagde het beroep op noodweerexces en werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van strafbaarheid ondanks bewezen doodslag. Het arrest werd gewezen door de vijfde kamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 juni 2008.
Uitkomst: Verdachte is niet strafbaar verklaard wegens noodweerexces en ontslagen van alle rechtsvervolging ondanks bewezen doodslag.