ECLI:NL:GHAMS:2008:BD6384
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Willems
- Faase
- Faber
- Van Maanen
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid van gekwalificeerde meerderheid bij besluitvorming verantwoordingsorgaan pensioenfonds
De deelnemersraad van Stichting Spoorwegpensioenfonds verzocht de Ondernemingskamer om het besluit van het pensioenfonds aan te merken als onredelijk omdat het een gekwalificeerde meerderheid van drie vierde eist voor zwaarwichtige besluiten binnen het verantwoordingsorgaan, waaronder het doen van een enquêteverzoek. De deelnemersraad stelde dat deze hoge drempel het enquêterecht feitelijk zou frustreren.
Het pensioenfonds verdedigde het besluit met verwijzing naar principes van goed pensioenfondsbestuur, de zelfregulering binnen de sector en voorbeelden van andere grote pensioenfondsen die vergelijkbare meerderheidsvereisten hanteren. Het bestuur benadrukte dat de regeling onwenselijke machtsblokken binnen het verantwoordingsorgaan voorkomt.
De Ondernemingskamer concludeerde dat het pensioenfonds bij het instellen van het verantwoordingsorgaan en het vaststellen van het reglement in beginsel een ruime beoordelingsvrijheid heeft, mits binnen redelijkheid en billijkheid. De eis van een gekwalificeerde meerderheid van drie vierde, waarbij ten minste één lid van elke geleding vóór het besluit moet stemmen, is niet kennelijk onredelijk en sluit aan bij de zelfregulering en het streven naar consensus.
De kamer nam mee dat het reglement geen quorum vereist, geen vetorecht aan één lid toekent en geen meerderheid binnen elke geleding vereist is. Ook conflicterende belangen tussen geledingen rechtvaardigen geen ander oordeel. De deelnemersraad werd geadviseerd het pensioenfonds te benaderen voor reglementsaanpassing. Het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de deelnemersraad wordt afgewezen; het pensioenfonds mocht de gekwalificeerde meerderheid van drie vierde voor zwaarwichtige besluiten handhaven.