ECLI:NL:GHAMS:2008:BE9149
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- W.M.C. Tilleman
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt terugbetaling geldleningen en rente na echtscheiding met matiging rente over huwelijkstermijn
Partijen, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams Verrekenbeding, zijn na ontbinding van hun huwelijk in geschil geraakt over de terugbetaling van twee geldleningen die de vrouw aan de man heeft verstrekt tijdens het huwelijk.
De vrouw vordert betaling van de hoofdsommen en de contractuele rente. De man betwist zijn volledige betalingsverplichting en beroept zich onder meer op verjaring, rechtsverwerking, en dat de rente niet volledig verschuldigd zou zijn omdat het geld tijdens het huwelijk gezamenlijk is verbruikt.
Het hof oordeelt dat de verjaring is gestuit door stuitingshandelingen en dat de vorderingen niet verjaard zijn. De stellingen van de man over het gebruik van het geld en rechtverwerking zijn onvoldoende onderbouwd en worden verworpen. Wel acht het hof het onredelijk om de man de volledige rente over de gehele periode te laten betalen, gezien het verrekenbeding en de redelijkheid en billijkheid. Daarom wordt de rente tot het feitelijk uiteengaan van het huwelijk slechts voor de helft toegerekend en daarna volledig.
De overige grieven van de man falen. De beschikking van 6 juni 2007 wordt vernietigd en het hof bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De man moet de leningen en de rente betalen, waarbij de rente tot het feitelijk uiteengaan van het huwelijk voor de helft en daarna volledig wordt toegerekend.