ECLI:NL:GHAMS:2008:BF1768
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motorrijtuigenbelasting en status terrein als openbare weg
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een naheffingsaanslag en een boetebeschikking wegens het parkeren van een bedrijfsvoertuig zonder handelaarskenteken op een terrein dat volgens hem particulier was. Het Gerechtshof Amsterdam heeft de zaak behandeld na verwijzing door de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of het terrein waar het voertuig stond geparkeerd, aangemerkt kon worden als een weg in de zin van artikel 5 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. Het hof stelde vast dat het terrein feitelijk openstaat voor het openbaar rijverkeer en ander verkeer, mede omdat er geen belemmeringen zijn om het terrein te betreden en het bord “EIGEN WEG” dit niet verhindert.
De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd. De boetebeschikking was in de loop van de procedure vernietigd, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. Het hof wees het beroep tegen de naheffingsaanslag af en verklaarde het beroep tegen de boete niet-ontvankelijk.
De uitspraak bevestigt dat een terrein in particulier eigendom toch als openbare weg kan gelden indien het feitelijk openstaat voor openbaar verkeer, ongeacht het eigendom en de aanwezigheid van borden. Dit arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad over de feitelijke openstelling van wegen voor het openbaar verkeer.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt bevestigd; het beroep tegen de boetebeschikking is niet-ontvankelijk.