ECLI:NL:GHAMS:2008:BF1773
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebeschikking omzetbelasting inzake pinbetaling op postkantoor
Belanghebbende, ondernemer voor de omzetbelasting, betaalde op 27 april 2006 via een pinbetaling op het postkantoor een bedrag van € 1.170 aan omzetbelasting. De inspecteur legde een boete op wegens te late betaling, omdat de dag van betaling volgens hem de dag van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst was, namelijk 3 mei 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat een pinbetaling niet gelijkgesteld kan worden aan een storting van contant geld en dat de betaling dus te laat was ontvangen. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het hof oordeelde dat belanghebbende op grond van paragraaf 8 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 gerechtvaardigd het vertrouwen mocht hebben dat een pinbetaling op het postkantoor gelijkgesteld wordt aan een storting van contant geld, omdat het geld direct ter beschikking van het postkantoor staat en de huisbankier één werkdag nodig heeft om het bedrag bij te schrijven.
Daarom geldt als dag van betaling de eerste werkdag volgend op de stortingsdag, 28 april 2006, en is de betaling tijdig gedaan. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, de uitspraak op bezwaar en de boetebeschikking, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de boetebeschikking en wijst de inspecteur in de proceskosten en griffierecht van belanghebbende.