ECLI:NL:GHAMS:2008:BF3811
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- J.H. Huijzer
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorstart productieovereenkomst AWBZ na faillissement zorgverlener
De zaak betreft een geschil tussen de curator van de failliete Stichting Roads en Achmea Zorgkantoor over de toekenning van productieafspraken AWBZ voor 2008. De curator vorderde dat Achmea medewerking zou verlenen aan een doorstart van de zorgactiviteiten via een nieuwe entiteit, De Nieuwe Praktijk B.V., door de aan Roads toegekende productieafspraken aan deze nieuwe partij toe te kennen.
De voorzieningenrechter had Achmea veroordeeld tot medewerking aan deze doorstart, maar Achmea ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat Achmea als zorgkantoor de exclusieve bevoegdheid heeft om productieafspraken te maken en dat er onvoldoende rechtsgrond was om Achmea te verplichten de productieafspraken aan De Nieuwe Praktijk toe te kennen. Het hof stelde vast dat Achmea voldoende mogelijkheden had geboden om de continuïteit van de zorg te waarborgen, onder meer via andere partijen zoals RIBW.
Het hof vond dat de voorzieningenrechter ten onrechte had aangenomen dat er sprake was van een acute noodsituatie, mede omdat de curator zelf de arbeidsovereenkomsten had opgezegd waardoor voortzetting van de zorg door Roads onmogelijk werd. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering van de curator af, waarbij het hof ervan uitging dat Achmea toestaat dat De Nieuwe Praktijk in 2008 de zorg voortzet. De curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering van de curator tegen Achmea af, met toestemming voor voortzetting van zorg door De Nieuwe Praktijk.