ECLI:NL:GHAMS:2008:BG1014
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Hillen
- Smeeïng-van Hees
- Sijmons
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing conservatoir beslag na vonnis schadevergoeding ongeval
In deze zaak staat de beoordeling van de vordering tot opheffing van conservatoir derdenbeslag centraal, dat door VVAA was gelegd ten laste van [geïntimeerde] ter voldoening aan een vonnis in een bodemprocedure over schadevergoeding wegens een ongeval.
De rechtbank Utrecht had het beslag reeds opgeheven na belangenafweging. VVAA stelde in hoger beroep dat het beslag gehandhaafd moest blijven vanwege het risico op restitutie en betwistte de financiële positie van [geïntimeerde]. Het hof oordeelde dat het op de weg van [geïntimeerde] ligt om summierlijk aannemelijk te maken dat de vordering ondeugdelijk is en dat de voorzieningenrechter bij belangenafweging ook rekening moet houden met het feit dat in de bodemprocedure al uitspraak is gedaan.
Het hof verwierp de stellingen van VVAA over het ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende zekerheid, en vond dat het belang van [geïntimeerde] om over het toegewezen bedrag te kunnen beschikken zwaarder woog dan het restitutierisico van VVAA. Tevens verklaarde het hof het bevel tot opheffing van het beslag uitvoerbaar bij voorraad, zodat [geïntimeerde] direct over het bedrag kan beschikken. De grieven van VVAA in het principaal appel werden verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. In het incidenteel appel werd het vonnis bekrachtigd, met uitzondering van de uitvoerbaarverklaring die alsnog werd toegewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot opheffing van het conservatoir beslag en verklaart het bevel uitvoerbaar bij voorraad, waarbij VVAA in het principaal appel wordt veroordeeld in de kosten.