ECLI:NL:GHAMS:2008:BG1026
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen ontbinding huurovereenkomst door verstekvonnis op naam overleden verhuurster
De huurder huurt sinds 1987 een woning van een verhuurster die in 1997 is overleden. Na haar overlijden zijn haar erfgenamen gezamenlijk eigenaar geworden. In 2007 is op naam van de overleden verhuurster een verstekvonnis verkregen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, welke ontruiming ook is uitgevoerd. Vervolgens heeft de huurder de woning weer in gebruik genomen.
De erfgenamen vorderden machtiging om het verstekvonnis ten uitvoer te leggen en ontruiming te effectueren, alsmede betaling van een gebruiksvergoeding. De voorzieningenrechter wees de subsidiaire vordering toe. De huurder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat het verstekvonnis niet tot ontbinding kan leiden omdat het op naam van de overleden verhuurster is verkregen.
Het hof oordeelde dat de rechtsopvolging op de erfgenamen reeds in 1997 heeft plaatsgevonden en dat het verstekvonnis in 2007 op naam van de overleden verhuurster geen rechtskracht heeft ten aanzien van de erfgenamen. Hierdoor kan het vonnis niet leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst of ontruiming. De vordering van de erfgenamen wordt daarom afgewezen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering van de erfgenamen tot ontruiming en ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen.