ECLI:NL:GHAMS:2008:BG1032
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- P. Ingelse
- M. Coeterier
- N. van Lingen
- Rechtspraak.nl
Begripsomschrijving en naleving verbod actief werven in vaststellingsovereenkomst tussen YER en USG
In deze zaak staat centraal de uitleg van het begrip 'actief werven' zoals opgenomen in een vaststellingsovereenkomst tussen YER en USG, waarin YER zich verbond niet actief te werven onder medewerkers van USG. YER stuurde e-mails aan werknemers van USG, wat USG als overtreding van het verbod beschouwde. Het hof oordeelt dat 'actief werven' betekent dat YER het initiatief neemt om werknemers individueel te benaderen, wat het geval is bij de verzonden e-mails.
YER voerde aan dat de e-mails een standaardkarakter hadden en dat de betrokken werknemers via LinkedIn te kennen hadden gegeven open te staan voor nieuwe kansen, maar het hof acht dit onvoldoende aannemelijk en wijst dit verweer af. Ook het onderscheid dat YER maakte tussen 'actief werven' en 'werven' faalt.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de hoogte van de dwangsom betreft en verhoogt deze van € 10.000,- naar € 20.000,- per dag. Verder bevestigt het hof de toewijzing van de boetes wegens overtreding van het verbod en veroordeelt YER tot betaling van € 20.000,- aan USG. YER wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van beide appelinstanties.
Uitkomst: Het hof verhoogt de dwangsom tot € 20.000,- per dag en veroordeelt YER tot betaling van € 20.000,- aan USG wegens overtreding van het verbod op actief werven.