ECLI:NL:GHAMS:2008:BG1714
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- A.M.C. Groen
- V. van den Brink
- J.G. Sijmons
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over gebruik naam PGGM en onrechtmatig handelen pensioenfonds
In deze zaak staat centraal of het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en de PGGM-groep onrechtmatig handelen door het gebruik van de naam 'PGGM' voor het aanbieden van derdepijlerproducten. De Verzekeraars stelden dat het gebruik van de naam PGGM door PGGM c.s. misleidend en onrechtmatig was, mede vanwege het wettelijke monopolie en de reputatie van het oorspronkelijke bedrijfstakpensioenfonds.
Het hof oordeelde dat de Verzekeraars voldoende voortvarend waren geweest met het instellen van hun vorderingen en dat het spoedeisend belang aanwezig bleef. De kernvraag betrof de uitleg van artikel 5 Wet Pro Bpf 2000, dat het gebruik van de naam door derden reguleert. Het hof concludeerde dat opvolgend gebruik van de naam PGGM door PGGM c.s. niet verboden is, omdat de wet slechts gelijktijdig gebruik of associatie met het bedrijfstakpensioenfonds verbiedt.
De Verzekeraars konden onvoldoende onderbouwen dat sprake was van een onrechtmatig concurrentievoordeel of misleidende reclame. Het hof nam aan dat het Pensioenfonds zorgvuldig had gehandeld, onder toezicht van DNB en andere instanties, en dat de overdracht van de naam en het gebruik daarvan transparant was gemaakt richting het publiek.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vorderingen van de Verzekeraars af en veroordeelde hen in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de Verzekeraars af.