ECLI:NL:GHAMS:2008:BG1796
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn na uitspraak rechtbank
Belanghebbende stelde beroep in tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar door de inspecteur. Nadat het beroep was ingesteld, deed de inspecteur alsnog uitspraak, waarbij de aanslag werd verminderd en de boete vernietigd. De rechtbank deed uitspraak na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken, maar verklaarde het hoger beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Belanghebbende voerde aan dat de termijn voor het instellen van hoger beroep niet aan een termijn gebonden zou zijn vanwege het niet tijdig nemen van een besluit. Het hof oordeelde dat de wettelijke termijn van zes weken, zoals bepaald in artikel 6:7 en Pro 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, dwingend is en niet kan worden overschreden. Het feit dat de rechtbank na termijnoverschrijding uitspraak deed, betekent niet dat belanghebbende niet meer gebonden is aan een termijn voor hoger beroep.
Het hof concludeerde dat belanghebbende correct was gewezen op de termijn voor hoger beroep en dat geen omstandigheden waren aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.