ECLI:NL:GHAMS:2008:BG2105
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voorlopige dekking en totstandkoming arbeidsongeschiktheidsverzekering
De appellant had een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij De Amersfoortse, met een voorlopige dekking voor arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ongeval. Na een ongeval op 19 oktober 1999 werd hem een maandelijkse uitkering toegekend op basis van deze voorlopige dekking, maar De Amersfoortse weigerde de aanvraag definitief te accepteren vanwege het ongeval vóór de ingangsdatum.
De appellant vorderde een eenmalige uitkering en betaling van rente en kosten, maar de rechtbank wees dit af. In hoger beroep stelde appellant dat er wel degelijk een definitieve verzekeringsovereenkomst tot stand was gekomen, mede gelet op het aanhangsel van november 2000 en de voortzetting van uitkeringen.
Het hof oordeelde dat de voorlopige dekking beperkt was tot arbeidsongeschiktheid door ongeval en dat de appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat er geen definitieve verzekering was gesloten. Het aanhangsel van november 2000 was een bevestiging van premievrijmaking en geen bewijs van acceptatie. De grieven van appellant werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen definitieve arbeidsongeschiktheidsverzekering is gesloten en wijst de vorderingen van appellant af.