ECLI:NL:GHAMS:2008:BG3563
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- G.H. van Asperen
- A.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending beginselen behoorlijke procesorde bij tweede dagvaarding
De verdachte werd aanvankelijk gedagvaard voor de politierechter met een tenlastelegging van binnendringen, die onvoldoende feitelijk was omschreven en daarom nietig werd verklaard door de politierechter. Zonder hoger beroep in te stellen, dagvaardde het openbaar ministerie de verdachte opnieuw met dezelfde tenlastelegging voor een andere politierechter, wat leidde tot een veroordeling.
Het hof oordeelt dat deze tweede dagvaarding met dezelfde tenlastelegging zonder het oordeel van een hogere rechter in strijd is met het beginsel van zuiverheid van oogmerk en de beginselen van een behoorlijke procesorde. Dit omdat het openbaar ministerie hiermee de beslissing van de eerste politierechter negeert en zijn bevoegdheid tot dagvaarding voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze is gegeven.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Hierdoor wordt het belang van de verdeling van taken en bevoegdheden tussen rechter en openbaar ministerie gewaarborgd en wordt de verdachte beschermd tegen dubbele vervolging met dezelfde tenlastelegging zonder hoger beroep.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet ontvankelijk verklaard wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde bij tweede dagvaarding met dezelfde tenlastelegging.