ECLI:NL:GHAMS:2008:BG3822
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Bronkhorst
- De Poorter
- Van Asperen de Boer-Delescen
- Rechtspraak.nl
Beperkte bevoegdheid tot toepassing voorlopige hechtenis na sluiting onderzoek
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam bij raadkameruitspraak van 17 september 2008 het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2008, houdende een bevel tot gevangenhouding van verdachte. Het hof heeft geoordeeld dat het stelsel van bevoegdheden in het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot voorlopige hechtenis restrictief moet worden geïnterpreteerd.
Het hof stelt vast dat het Wetboek van Strafvordering niet toestaat dat een bevel tot gevangenhouding wordt gegeven op een vordering die is ingesteld na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. Deze restrictieve uitleg vloeit voort uit het beschermende karakter van het strafvorderlijk stelsel ten aanzien van verdachten tegen het ingrijpende middel van voorlopige hechtenis.
Het hof verwijst tevens naar artikel 66a Sv, dat slechts in beperkte gevallen het Openbaar Ministerie de mogelijkheid geeft om nalatigheden te herstellen, wat de restrictieve interpretatie van bevoegdheden onderstreept. Gelet hierop verklaart het hof het beroep gegrond en heft de voorlopige hechtenis op voor zover deze berust op de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof heft de voorlopige hechtenis op wegens het ontbreken van bevoegdheid tot gevangenhouding na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting.