ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5715
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.G.A. Stille
- L. Verheij
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep KBvG tegen schorsingsbeslissing gerechtsdeurwaarder
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) diende een klacht in tegen een gerechtsdeurwaarder en verzocht om diens schorsing wegens vermoedelijke ernstige tekortkomingen, waaronder een verslaving die de uitoefening van het ambt zou belemmeren. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders stelde een waarnemer aan en hield de beslissing over schorsing aan tot nader order, mede gezien het ontbreken van urgente financiële problemen en het lopende onderzoek door het Bureau Financieel Toezicht.
De KBvG stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze aanhouding van de beslissing. Het hof overwoog dat op grond van artikel 38 lid 2 en Pro lid 6 van de Gerechtsdeurwaarderswet alleen de Minister van Justitie en de betrokken gerechtsdeurwaarder zelf bevoegd zijn tot beroep tegen beslissingen tot schorsing of verlenging daarvan. De KBvG, hoewel beroepsorganisatie, is niet bevoegd tot het instellen van dit beroep.
Het hof verwierp het beroep van de KBvG en verklaarde haar niet-ontvankelijk. De procedure werd aangehouden met het oog op nader onderzoek en naleving van voorwaarden door de gerechtsdeurwaarder. De uitspraak benadrukt de beperkte beroepsmogelijkheden tegen schorsingsbeslissingen en het belang van zorgvuldige toetsing van klachten en schorsingsverzoeken.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de KBvG niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid tot het instellen van beroep tegen de schorsingsaanhouding.