ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6331
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M.F. van Loon
- E.G. van der Laan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling onroerende zaken ondanks bodemverontreiniging na sanering
Belanghebbende is eigenaar van twee tussenwoningen uit 1904, gelegen aan de A-straat te [P]. De woningen waren ernstig bodemverontreinigd door een voormalig benzinestation op het naastgelegen perceel. De heffingsambtenaar had de waarde van de panden verlaagd met 40% vanwege deze bodemverontreiniging voor de jaren 1999 tot en met 2003.
Na saneringswerkzaamheden en biorestauratie bleek uit grondwatermetingen in 2007 dat de bodemverontreiniging vrijwel was verdwenen en de streefwaarden waren bereikt. De heffingsambtenaar stelde daarom de waarde per 1 januari 2004 vast op €221.000, waarbij een waardevermindering wegens bodemverontreiniging niet meer nodig was.
Belanghebbende stelde beroep in tegen deze waardebepaling, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. Het hof bevestigde dit oordeel, oordelend dat de sterke afname van de bodemvervuiling een bijzondere omstandigheid vormt die leidt tot een waardestijging en dat de taxatierapporten voldoende rekening hielden met de situatie.
Het hof concludeerde dat de vastgestelde waarde niet hoger is dan de werkelijke waarde en dat de waardebepaling correct is uitgevoerd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en belanghebbende werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bevestigt de waardebepaling van €221.000 per pand en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.