ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6372
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.L. Diender
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bureau Jeugdzorg is niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen afwijzing ontheffing ouderlijk gezag
In deze zaak heeft Stichting Bureau Jeugdzorg, Agglomeratie Amsterdam (BJAA) hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kinderrechter waarin een verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag over een minderjarige werd afgewezen. De moeder van de minderjarige was belast met het gezag en de minderjarige was onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst.
Het hof stelde vast dat krachtens artikel 1:267 Burgerlijk Pro Wetboek ontheffing van het ouderlijk gezag alleen kan worden uitgesproken op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of het openbaar ministerie. BJAA, als gezinsvoogdij-instelling, kan geen verzoek tot ontheffing indienen en is daarom niet gerechtigd tot het instellen van hoger beroep tegen de afwijzing van een dergelijk verzoek.
Tijdens de zitting verklaarde de Raad voor de Kinderbescherming zich te berusten in de bestreden beschikking, waarmee tevens werd bevestigd dat BJAA geen machtiging had om hoger beroep in te stellen. Het hof oordeelde dat BJAA slechts een afgeleid belang heeft als uitvoerder van kinderbeschermingsmaatregelen en dat het verzoek tot ontheffing het belang van BJAA niet rechtstreeks raakt.
Daarom werd BJAA niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en werd de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd. De uitspraak onderstreept de beperkte rechtspositie van Bureau Jeugdzorg in procedures omtrent ontheffing van het ouderlijk gezag.
Uitkomst: BJAA is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag.