ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8824
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- mr. Bronkhorst
- mr. De Wit
- mr. Bevaart
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding na schorsing voorlopige hechtenis
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin een bevel tot gevangenhouding van de verdachte werd bevolen. De raadsman van de verdachte voerde aan dat de officier van justitie geen vordering tot gevangenhouding had mogen indienen omdat de verdachte op dat moment geschorst was uit voorlopige hechtenis op grond van een eerdere beschikking van de rechter-commissaris.
Het hof stelde vast dat artikel 65 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering vereist dat een verdachte zich in bewaring moet bevinden om een bevel tot gevangenhouding te kunnen uitvaardigen. Omdat de verdachte ten tijde van de vordering geschorst was uit zijn voorlopige hechtenis, was de rechtbank niet ontvankelijk in de vordering van de officier van justitie.
Het hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bevel tot gevangenhouding. De procedure omvatte onder meer een beschikking van de rechter-commissaris tot bewaring voor 14 dagen, gevolgd door een schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. De rechtbank had ondanks deze schorsing toch een bevel tot gevangenhouding gegeven, wat het hof corrigeerde.
De uitspraak werd gedaan in raadkamer door mr. Bronkhorst, voorzitter, met mr. De Wit en mr. Bevaart als raadsheren, en griffier Van Kalken. De advocaat-generaal bracht de beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: Het hof vernietigt het bevel tot gevangenhouding omdat de verdachte ten tijde van de vordering geschorst was uit voorlopige hechtenis en niet in bewaring was.