ECLI:NL:GHAMS:2008:BH1559
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- M.A.M. Vaessen
- R.J.J. van Acht
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijs en nietigheid ruilovereenkomst bedrijfsruimte
Deze civiele zaak betreft een geschil over de totstandkoming van een ruilovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde sub 3 over bedrijfsruimte en grond. De rechtbank had geoordeeld dat op 20 februari 2001 een mondelinge overeenkomst was gesloten, waarbij appellant een appartementsrecht zou verkrijgen en een vergoeding 'zwart' zou ontvangen. Appellant weigerde uitvoering te geven en werd veroordeeld tot schadevergoeding.
In hoger beroep betwist appellant de totstandkoming van de overeenkomst. Het hof beoordeelt de bewijsvoering, waarbij getuigenverklaringen over de bespreking op 20 februari 2001 elkaar tegenspreken. Appellant en zijn familie verklaren dat hij die dag thuis was vanwege de verjaardag van zijn zoon en dat een bevestigingsbrief nooit is ontvangen. Het hof hecht weinig waarde aan de verklaringen van geïntimeerde sub 2, gezien diens nauwe relatie met geïntimeerde sub 3.
Daarnaast oordeelt het hof dat het beding over een contante 'zwarte' vergoeding van fl. 100.000,-- nietig is op grond van artikel 3:40 lid 1 BW Pro, omdat het in strijd is met de openbare orde. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van geïntimeerde sub 3 af. Tevens wordt appellant niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen Beheermaatschappij Christien B.V. en geïntimeerde sub 2. De kosten worden aan geïntimeerde sub 3 opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering van geïntimeerde sub 3 af wegens onvoldoende bewijs en nietigheid van het 'zwart' beding.