ECLI:NL:GHAMS:2008:BH1584
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M. Olthof
- R.J.J. van Acht
- C.J. Laurentius-Kooter
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige borgstelling door ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
In deze zaak gaat het om de vraag of de borgstelling van [A.] geldig is, nu zijn echtgenote geen schriftelijke toestemming zou hebben gegeven. De borgstelling was onderdeel van een koopovereenkomst waarbij een filiaal werd overgedragen met een afbetalingsregeling. [Appellant] stelde dat de notaris [geïntimeerde] onrechtmatig had gehandeld door niet te zorgen voor een geldige borgstelling.
Het hof stelt vast dat op grond van artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro toestemming van de echtgenote vereist is, maar dat deze toestemming niet schriftelijk hoeft te zijn omdat de wet geen vorm voorschrijft voor de geldigheid van de borgtocht. De rechtbank had dit anders beoordeeld, maar het hof volgt de wettelijke tekst en jurisprudentie.
Vervolgens oordeelt het hof dat de echtgenote van [A.] wel degelijk toestemming heeft gegeven, blijkens een door haar ondertekende brief waarin de borgstelling werd bevestigd. Daarnaast had [appellant] de mogelijkheid om de nietigheid van de borgstelling in rechte te bestrijden, wat waarschijnlijk succesvol zou zijn geweest.
Daarom is niet komen vast te staan dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld. De grieven van [appellant] worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank Utrecht wordt bekrachtigd. [Appellant] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot schadevergoeding af wegens ontbreken onrechtmatige daad.