ECLI:NL:GHAMS:2008:BH2938
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- N. van Lingen
- A.C. van Schaick
- Rechtspraak.nl
Bank mag bedragen van onbevoegde vertegenwoordiger niet ten laste brengen van rekeninghouder
Bera Holding en ING sloten in 2003 een rekening-courantovereenkomst waarbij ING een bankrekening opende voor Bera Holding. In de periode van oktober 2003 tot maart 2004 verrichtte ING overboekingen ten bedrage van €210.000 op basis van opdrachten van X, een mede-oprichter van Bera Holding die echter niet bevoegd was haar te vertegenwoordigen.
Bera Holding stelde zich op het standpunt dat deze overboekingen onbevoegd waren en vorderde creditering van de bedragen. De voorzieningenrechter wees de vordering af, stellende dat Bera Holding een vordering tot terugbetaling moest aannemelijk maken en dat er sprake moest zijn van onverwijlde spoed.
Het hof bevestigt dat ING de bedragen niet ten laste van Bera Holding mocht brengen, maar oordeelt dat Bera Holding geen vordering tot terugbetaling van een geldsom kan doen gelden jegens ING. De grieven van Bera Holding falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter, waarbij Bera Holding wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van Bera Holding tot creditering van bedragen af.