ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4349
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Knottnerus
- Smeeïng-van Hees
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling na verbetering persoonlijke omstandigheden
Appellante was door de politierechter veroordeeld tot betaling van een schuld van ruim €20.000 wegens diefstal bij haar voormalige werkgever. Haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd door de rechtbank afgewezen, omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van haar schulden en onvoldoende controle had over de omstandigheden die tot de schulden leidden.
In hoger beroep stelde appellante dat zij sinds het verbreken van een problematische relatie in 2005 haar leven positief had veranderd. Zij volgde diverse cursussen, waaronder budgettering en assertiviteit, en had sinds mei 2008 een fulltime baan. Ook ontving zij steun van haar moeder die maandelijks een bedrag betaalde ter aflossing van haar schuld.
Het hof oordeelde dat appellante niet te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van haar schulden, maar dat zij inmiddels voldoende controle had gekregen over de omstandigheden die tot haar schulden hadden geleid. Gezien haar inspanningen en positieve ontwikkeling achtte het hof het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellante, met de verwachting dat zij haar verplichtingen uit de regeling naar behoren zal nakomen.
Uitkomst: Het hof verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellante.