ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4447
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Smeeïng-van Hees
- V. van den Brink
- L.R. van der Weij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bewijs betalingsonmacht
Appellante heeft bij de rechtbank Utrecht verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuld van ruim €19.000 aan Fortisbank. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat zij niet zou kunnen voortgaan met betalen en dat zij te goeder trouw was in het onbetaald laten van de schuld.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet kon voldoen aan de nieuwe betalingsvoorwaarden van Fortis, waaronder renteherberekening, waardoor aflossing jaren zou duren. Zij stelde dat zij onder druk van haar ex-echtgenoot de kredietovereenkomst had getekend en zich maximaal inspande om inkomsten te genereren ondanks gezondheidsproblemen.
Het hof overwoog dat appellante onvoldoende concrete bewijsstukken had overgelegd over gemaakte betalingsafspraken en nakoming daarvan. Het enkel feit dat aflossing lang zou duren, rechtvaardigt geen toelating tot schuldsanering. Ook was niet komen vast te staan dat appellante te goeder trouw handelde bij het niet nakomen van betalingsverplichtingen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, waarmee het verzoek tot schuldsanering werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Utrecht wordt bekrachtigd waarbij het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.