ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4466
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.E.F. Hillen
- A.M.C. Groen
- M.A.M. Vaessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens eerdere regeling binnen tien jaar
Appellante heeft in het verleden al een wettelijke schuldsaneringsregeling gehad van november 1999 tot juli 2001, die tussentijds werd beëindigd vanwege het ontstaan van bovenmatige schulden. Deze schulden werden door de rechtbank aan appellante toegerekend.
In hoger beroep betoogde appellante dat de schulden niet haar schuld waren, maar het gevolg van machtsmisbruik en gedragingen van haar ex-echtgenoot. Ook verwees zij naar haar psychische problematiek en positieve ontwikkelingen in haar situatie.
Het hof oordeelde echter dat de eerdere regeling een imperatieve afwijzingsgrond vormt op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro d Faillissementswet, omdat de beëindiging niet op uitzonderingen was gebaseerd en appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat de schulden uitsluitend aan haar ex-echtgenoot zijn toe te rekenen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank Utrecht van 22 september 2008 bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens eerdere regeling binnen tien jaar.