ECLI:NL:GHAMS:2008:BH5809
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M. Wigleven
- R.P. IJland-Van Veen
- Rechtspraak.nl
Vader draagt bij in kosten verzorging en opvoeding kinderen ondanks beperkte draagkracht
Partijen zijn in 1996 gehuwd en in 2007 gescheiden. Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren die in een co-ouderschapsregeling verblijven, waarbij zij de helft van de tijd bij elk van de ouders wonen. De rechtbank had bepaald dat de vader €172,75 per kind per maand aan de moeder moest betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.
De vader ging in hoger beroep omdat hij onvoldoende draagkracht achtte om deze bijdrage te betalen en stelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de co-ouderschapsituatie en de reeds door hem gemaakte kosten voor de kinderen. Het hof heeft vastgesteld dat zowel de vader als de moeder beperkte financiële middelen hebben, waarbij de vader als zelfstandig huisschilder een lage winst uit onderneming heeft en de moeder als zelfstandig makelaar verlies leed.
Het hof concludeerde dat het onredelijk zou zijn om alle kosten volledig aan de moeder toe te rekenen en dat van de vader redelijkerwijs verwacht kan worden dat hij zijn verdiencapaciteit benut om bij te dragen. Daarom werd de bijdrage van de vader vastgesteld op €172,75 per kind per maand tot 1 oktober 2008 en daarna op €133,- per kind per maand, rekening houdend met fiscale voordelen. Het verzoek van de vader tot partneralimentatie werd ingetrokken en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de moeder werd niet behandeld.
De kosten van de procedure werden niet aan de vader opgelegd, maar op de gebruikelijke wijze gecompenseerd. De beschikking werd vernietigd en opnieuw vastgesteld met de genoemde bijdragen.
Uitkomst: De vader moet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen ondanks beperkte draagkracht.