ECLI:NL:GHAMS:2008:BH6508
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- J.A. van Keulen
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over alimentatie en uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding
Partijen zijn na hun echtscheiding in geschil geraakt over de hoogte en duur van de uitkering tot levensonderhoud die de man aan de vrouw moet betalen. De vrouw vordert een hogere uitkering dan de rechtbank had vastgesteld, mede vanwege haar beperkte verdiencapaciteit en de structurele opnames van de man uit zijn vennootschap die het gezinsinkomen verhoogden.
Het hof heeft vastgesteld dat de vrouw behoefte heeft aan een uitkering van € 4.500,- bruto per maand vanaf 1 januari 2008, met een afbouw naar € 3.900,- en € 3.300,- in de daaropvolgende perioden. De draagkracht van de man is berekend op basis van zijn loon uit loondienst, rekening houdend met vaste lasten, premies en de fiscale gevolgen van de hypotheekrenteaftrek die na twee jaar vervalt.
De verdiencapaciteit van de vrouw wordt erkend, waarbij het hof aansluit bij de eerdere inschatting van de rechtbank. De ingangsdatum van de alimentatie wordt bevestigd op 1 januari 2008. Het hof houdt rekening met de zorg voor de kinderen en de toekomstige inkomsten van de zoon die een stage gaat lopen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof stelt de alimentatiebedragen vast conform de berekeningen, met een onderscheid tussen de periode waarin de voormalige echtelijke woning nog niet is verdeeld of verkocht en de periode daarna. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt de alimentatie-uitkering vast op gefaseerde bedragen tussen € 2.657,- en € 4.500,- bruto per maand, afhankelijk van de verdeling van de voormalige echtelijke woning.