ECLI:NL:GHAMS:2008:BI3165
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- M. Wigleven
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen voorlopige uitkering levensonderhoud na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en hun huwelijk is ontbonden bij beschikking van 19 december 2007. De rechtbank bepaalde een voorlopige uitkering van € 2.050 per maand aan de vrouw als levensonderhoud vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De man kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht om afwijzing van het verzoek of verlaging van het bedrag.
Het hof behandelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de man. Volgens vaste jurisprudentie is voor ontvankelijkheid doorslaggevend of de voorlopige beschikking een onherroepelijk karakter heeft, dat wil zeggen dat de gevolgen niet ongedaan kunnen worden gemaakt. De rechtbank had echter expliciet bepaald dat de voorlopige uitkering herzien kan worden, ook met terugwerkende kracht, afhankelijk van de uiteindelijke verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
Daarom oordeelde het hof dat de voorlopige uitkering geen onherroepelijk karakter heeft en dat hoger beroep slechts samen met de eindbeschikking kan worden ingesteld. Gevolg is dat het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk wegens het voorlopige karakter van de uitkering.