ECLI:NL:GHAMS:2008:BX6291
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontoerekeningsvatbaarheid bij poging tot doodslag en mishandeling met mes
De verdachte werd beschuldigd van poging tot moord en meerdere pogingen tot zware mishandeling met een mes, gepleegd in oktober 2007 te Nieuw-Vennep. Het hof achtte het bewijs voor voorbedachte raad onvoldoende en sprak haar vrij van poging tot moord, maar stelde vast dat zij voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
Psychiatrische rapportages concludeerden dat de verdachte leed aan een psychotische stoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis, waardoor zij ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van de feiten. Het hof volgde deze deskundigen en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging, maar legde een maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar op.
De verdachte had een geschiedenis van geweldsdelicten en was niet eerder adequaat behandeld. De maatregel werd gezien als noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid van anderen en de samenleving. Tevens werden schadevergoedingen toegekend aan de slachtoffers, deels toegewezen en deels afgewezen wegens onvoldoende ontvankelijkheid.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Haarlem en deed opnieuw recht, waarbij het bewijs van poging tot doodslag en mishandeling werd erkend, maar de strafrechtelijke aansprakelijkheid werd uitgesloten wegens ontoerekeningsvatbaarheid. De verdachte werd tevens verplicht tot teruggave van inbeslaggenomen goederen.
Uitkomst: Verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.