ECLI:NL:GHAMS:2009:2111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.W.J. den Ottolander
- R.C.P. Haentjens
- A.G. Korvinus
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken terroristisch oogmerk en bedreiging in hoger beroep
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het primair ten laste gelegde terroristisch oogmerk en subsidiair voor bedreiging met de dood of zwaar lichamelijk letsel. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het zich niet met de bewezenverklaring kon verenigen.
De advocaat-generaal had een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met proeftijd en een taakstraf van 220 uren gevorderd. Het hof oordeelde echter dat het terroristisch oogmerk niet wettig en overtuigend was bewezen, mede gelet op de definitie in artikel 83a Sr en de wetsgeschiedenis. Er waren geen serieuze aanwijzingen dat verdachte de bevolking of overheid wilde dwingen of ontwrichten.
Ook het subsidiaire verwijt van bedreiging werd niet bewezen geacht. Een psychologisch rapport stelde dat het gedrag van verdachte een negatieve manier was om aandacht te vragen, zonder het oogmerk te bedreigen. Het hof sprak verdachte daarom vrij van alle tenlasteleggingen en heftte het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van terroristisch oogmerk en onvoldoende bewijs voor bedreiging.