ECLI:NL:GHAMS:2009:BH3912
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Gonggrijp-van Mourik
- R.C.P. Haentjens
- N.F. van Manen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig kledingonderzoek en onvoldoende bewijs in drugszaak
Op 25 januari 2007 werd tijdens een verkeerscontrole in Amsterdam een auto met drie inzittenden gecontroleerd. Een opsporingsambtenaar rook de geur van softdrugs en liet daarop zonder nadere vragen de kleding van de inzittenden onderzoeken. Het hof oordeelde dat dit kledingonderzoek onrechtmatig was vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren zoals vereist door artikel 9, tweede lid, van de Opiumwet.
Door het onrechtmatige onderzoek werden pasjes met magneetstrips gevonden, maar deze konden niet als bewijs worden gebruikt. Verdachte werd daarnaast in verband gebracht met een notitieblokje gevonden bij een doorzoeking van een perceel waar belastend materiaal lag, maar dit was onvoldoende voor een veroordeling.
De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de straf uit eerste aanleg, maar het hof vernietigde het vonnis en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De vrijspraak werd uitgesproken door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 februari 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs en onvoldoende bewijs voor de tenlastelegging.