ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4553
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.H. Ernes
- G.J. Rijken
- C.W.P. van Gelder
- Rechtspraak.nl
Beperkte mogelijkheden wettelijke vertegenwoordiger bij verwerping nalatenschap minderjarige erfgenamen
Verzoekster, samen met haar vader wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen, verzocht om machtiging om namens hen de nalatenschap van hun grootvader te verwerpen. De grootvader was overleden zonder testament en liet drie kinderen na, waaronder verzoekster.
De kantonrechter had de machtiging geweigerd. Verzoekster ging in hoger beroep en wilde alsnog machtiging verkrijgen. Het hof stelde vast dat volgens artikel 4:193 lid 1 BW Pro de wettelijke vertegenwoordiger binnen drie maanden na het moment waarop de nalatenschap de erfgenaam toekomt een verklaring van verwerping of beneficiaire aanvaarding moet afleggen.
Omdat verzoekster niet binnen deze termijn een uitdrukkelijke keuze had gemaakt en ook geen verlenging had verzocht, werd de nalatenschap van rechtswege beneficiair aanvaard door de minderjarige kinderen. Hierdoor had verzoekster geen belang meer bij haar verzoek en werd zij niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep.
De uitspraak benadrukt de beperkte mogelijkheden van wettelijke vertegenwoordigers bij het verwerpen van een nalatenschap namens minderjarige erfgenamen en het belang van tijdige besluitvorming binnen de wettelijke termijn.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor verwerping van de nalatenschap namens minderjarige kinderen.