ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4553

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.011.982
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 BWArt. 4:192 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperkte mogelijkheden wettelijke vertegenwoordiger bij verwerping nalatenschap minderjarige erfgenamen

Verzoekster, samen met haar vader wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen, verzocht om machtiging om namens hen de nalatenschap van hun grootvader te verwerpen. De grootvader was overleden zonder testament en liet drie kinderen na, waaronder verzoekster.

De kantonrechter had de machtiging geweigerd. Verzoekster ging in hoger beroep en wilde alsnog machtiging verkrijgen. Het hof stelde vast dat volgens artikel 4:193 lid 1 BW Pro de wettelijke vertegenwoordiger binnen drie maanden na het moment waarop de nalatenschap de erfgenaam toekomt een verklaring van verwerping of beneficiaire aanvaarding moet afleggen.

Omdat verzoekster niet binnen deze termijn een uitdrukkelijke keuze had gemaakt en ook geen verlenging had verzocht, werd de nalatenschap van rechtswege beneficiair aanvaard door de minderjarige kinderen. Hierdoor had verzoekster geen belang meer bij haar verzoek en werd zij niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep.

De uitspraak benadrukt de beperkte mogelijkheden van wettelijke vertegenwoordigers bij het verwerpen van een nalatenschap namens minderjarige erfgenamen en het belang van tijdige besluitvorming binnen de wettelijke termijn.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor verwerping van de nalatenschap namens minderjarige kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
Nevenzittingsplaats Arnhem
Sector civiel recht
zaaknummer 200.011.982
beschikking van de familiekamer van 27 januari 2009
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster, verder te noemen "verzoekster",
advocaat: mr. A. van Hees, te Amsterdam,
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder, verder te noemen “de broer”,
advocaat: mr. M.R. Wagemans, te Den Bosch.
en
[verweerster]
wonende te [woonplaats], verder te noemen “de zus”.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Amersfoort, van 5 juni 2008, uitgesproken onder zaaknummer 574074 AF VERZ 08-1413 GS VB-nummer 26892.
2. Het geding in hoger beroep
2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 5 augustus 2008, is verzoekster in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van de kantonrechter. Zij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en alsnog de verzochte machtiging ex artikel 4:193 lid 1 BW Pro te verlenen zodat voormelde nalatenschap voor de na te noemen minderjarige kinderen kan worden verworpen en een matiging van de kosten van beide instanties uit te spreken, één en ander, voor zover de wet het toelaat, uitvoerbaar bij voorraad.
2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 19 september 2008, heeft de broer zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. De zus heeft geen verweerschrift ingediend.
2.3 De mondelinge behandeling heeft op 16 december 2008 plaatsgevonden.
Partijen zijn in persoon verschenen, allen bijgestaan door mr. M.R. Wagemans.
2.4 Mr. Wagemans heeft op verzoek van het hof brieven van 14 en 15 januari 2008 met bijlagen aan het hof toegezonden.
3. De vaststaande feiten
3.1 Op 26 februari 2008 is [de grootvader] (verder te noemen “de grootvader”) overleden. De grootvader is overleden zonder bij testament over zijn nalatenschap te hebben beschikt en met achterlating van drie kinderen, te weten verzoekster, de broer en de zus.
3.2 Bij verzoekschrift, gedateerd 6 mei 2008 en ingekomen bij de rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Amersfoort op 7 mei 2008, hebben verzoekster en [de vader] verzocht om machtiging de nalatenschap van de grootvader, namens hun minderjarige kinderen te mogen verwerpen.
3.3 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de verzochte machtiging geweigerd.
3.4 Namens verzoekster, de broer en de zus alsmede namens de minderjarige kinderen van de zus is blijkens een op 21 juli 2008 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch onder nummer 463/2008 opgemaakte akte de verklaring afgelegd dat zij de nalatenschap van de grootvader verwerpen. Aan de zus van verzoekster is bij beschikking van de kantonrechter te 's-Hertogenbosch van 11 juni 2008 machtiging verleend de nalatenschap van de grootvader namens haar beide minderjarige kinderen te verwerpen voor het geval zij ook zelf deze nalatenschap verwerpt. De broer van verzoekster heeft de kantonrechter te 's-Hertogenbosch op 11 augustus 2008 verzocht om een machtiging om de nalatenschap van de grootvader namens zijn minderjarige zoon [de zoon] te verwerpen.
3.5 Door de verwerping van verzoekster worden haar beide minderjarige kinderen in haar plaats tot de nalatenschap van de grootvader geroepen.
4. Ten aanzien van partijen
Uit de relatie van verzoekster met [de vader] (verder te noemen “de vader’) zijn geboren:
- [kind 1], op [geboortedatum] 2004 en
- [kind 2], op [geboortedatum] 2006.
De vader heeft [kind 1] en [kind 2] (verder te noemen “de kleinkinderen”) erkend. Verzoekster en de vader zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kleinkinderen. De vader heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen het verzoek tot verwerping van de nalatenschap van de grootvader.
5. De motivering van de beslissing
5.1 Op grond van artikel 4:193 lid 1 BW Pro kan een wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam voor deze niet zuiver aanvaarden en behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter. Hij is verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap, of een aandeel daarin, de erfgenaam toekomt. Deze termijn kan overeenkomstig artikel 4:192 lid Pro 2, tweede zin, BW worden verlengd.
5.2 Blijkens het tweede lid van artikel 4:193 BW Pro wordt, indien een uitdrukkelijke keuze voor verwerping of beneficiaire aanvaarding door de wettelijke vertegenwoordiger uitblijft, de nalatenschap na drie maanden na het overlijden van rechtswege geacht beneficiair te zijn aanvaard.
5.3 Met beneficiaire aanvaarding wordt voorkomen dat de schulden van de nalatenschap die op de erfgenaam rusten ten laste van het overige vermogen van de erfgenaam moet worden voldaan, de nalatenschap vormt in alle gevallen een afgescheiden vermogen en de nalatenschap moet in beginsel overeenkomstig de regels van de wettelijke vereffening worden afgewikkeld.
5.4 De in het tweede lid van artikel 4:193 BW Pro genoemde termijn van drie maanden loopt vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap de erfgenaam toekomt, dat wil in de meeste gevallen zeggen vanaf het overlijden van de erflater. Komt de nalatenschap de erfgenaam eerst toe nadat een eerder geroepen erfgenaam haar verwierp, dan loopt de termijn vanaf het tijdstip van de verwerping. (MvT kamerstukken II 1999/2001, 27 021, nr. 3, p. 21). Nu verzoekster op 21 juli 2008 ter griffie van de rechtbank ’s-Hertogenbosch een akte van verklaring heeft afgelegd dat zij de nalatenschap van de grootvader verwerpt, had zij vanaf die datum drie maanden, dat wil zeggen tot en met 21 oktober 2008, de gelegenheid om namens de kleinkinderen de verklaring van verwerping af te leggen. Nu verzoekster niet binnen deze termijn van drie maanden een uitdrukkelijke keuze voor verwerping of aanvaarding heeft gemaakt, en vaststaat dat verzoekster de kantonrechter niet heeft verzocht om verlenging van de wettelijke termijn van drie maanden, moet het hof constateren dat de nalatenschap van rechtswege beneficiair is aanvaard.
5.5 Nu de kleinkinderen de erfenis van de grootvader van rechtswege beneficiair hebben aanvaard, heeft verzoekster geen belang meer bij een beoordeling van haar verzoek in hoger beroep, en dient het hof verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren.
6. De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.L.H. Ernes, G.J. Rijken en C.W.P. van Gelder, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de oudste raadsheer, en is op 27 januari 2009 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.