ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4729
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J.L. Mastboom
- R.H.J. de Vries
- N.F. van Manen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling ex-vriendin met vrijspraak poging zware mishandeling
De verdachte werd verdacht van twee gevallen van mishandeling van zijn ex-vriendin, waarbij in zaak A ook poging zware mishandeling met een asbak werd ten laste gelegd. Op 18 januari 2008 vond de eerste mishandeling plaats in de woning van de verdachte, waarbij het slachtoffer letsel aan het hoofd en gezicht opliep. Op 13 februari 2008 vond een tweede mishandeling plaats, waarbij het slachtoffer eveneens letsel aan het gezicht en een hersenschudding opliep.
De verdediging voerde aan dat het letsel niet overeenkwam met het verhaal van het slachtoffer en dat het bewijs onvoldoende was voor de zwaardere tenlastelegging. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte met een asbak op het hoofd van het slachtoffer had geslagen en sprak hem daarvan vrij. Wel achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer in beide zaken met opzet had mishandeld.
Gezien de ernst van de feiten, de omstandigheden en de eerdere veroordeling van de verdachte voor soortgelijke feiten, legde het hof een gevangenisstraf van drie weken op, waarvan de uitvoering werd voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Hiermee wil het hof herhaling voorkomen en de lichamelijke integriteit van het slachtoffer beschermen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging zware mishandeling en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken voor twee gevallen van mishandeling.