ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4748
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R. Veldhuisen
- H.W.J. de Groot
- R.P.P. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor onrechtmatige voorlopige hechtenis wegens sepot strafzaak cocaïnebollen
De verzoeker werd op 17 juni 2006 in verzekering gesteld op verdenking van het slikken van cocaïnebollen. Op 21 juni 2006 werd hij in vrijheid gesteld nadat het openbaar ministerie besloot niet te vervolgen wegens gebrek aan bewijs. De strafzaak werd op 23 augustus 2006 geseponeerd, maar de sepotmelding werd alleen door de advocaat naar het buitenlandse adres van verzoeker doorgestuurd, waardoor verzoeker niet tijdig op de hoogte was.
De advocaat-generaal betoogde dat verzoeker bekend was met de zaak en het verzoek eerder had kunnen indienen, maar het hof oordeelde dat het niet betekenen van de sepotmededeling door het openbaar ministerie niet op de advocaat mag worden afgewenteld. Het hof verklaarde het verzoek tijdig en ontvankelijk.
Het hof kende een vergoeding toe van € 760,00 voor de vier dagen die verzoeker op de slikkersafdeling van het detentiecentrum Schiphol doorbracht, zijnde € 190,00 per dag. Het hoger gevorderde bedrag van € 1000,00 werd afgewezen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 760,00 voor vier dagen voorlopige hechtenis toegekend.