ECLI:NL:GHAMS:2009:BH5908
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- E.M. Vrouwenvelder
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering terugbetaling douanerechten bij invoer Estlandse snoekbaarsfilets
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed aangiften voor invoer van Estlandse snoekbaarsfilets waarbij valse facturen werden overgelegd. De FIOD stelde een onderzoek in naar mogelijke fraude met douanewaarde en gezondheidscertificaten. De inspecteur legde uitnodigingen tot betaling (UTB's) op wegens te weinig afgedragen invoerrechten. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten, wat terugbetaling zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat geen vergissing van de douaneautoriteiten was en wees het beroep af. De Douanekamer bevestigt dit oordeel, stellende dat de douane geen concrete aanwijzingen had om de lage waarden op de facturen te betwijfelen en dat de controle niet diepgaand was. De Douanekamer stelt dat de douanewaarde correct is vastgesteld en dat belanghebbende als aangever en schuldenaar moet worden aangemerkt.
Echter, de Douanekamer vernietigt het oordeel van de rechtbank over de toepassing van artikel 239 van Pro het CDW, omdat een verzoek tot terugbetaling op grond van deze bepaling niet bij uitspraak op bezwaar kan worden afgedaan. De inspecteur wordt opgedragen een afzonderlijke beschikking te nemen. Tevens veroordeelt de Douanekamer de inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep en wijst griffierecht toe aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het onderdeel artikel 239 CDW, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd voor dat onderdeel en de inspecteur wordt opgedragen een afzonderlijke beschikking te nemen.