ECLI:NL:GHAMS:2009:BH8645
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R. Veldhuisen
- H.W.J. de Groot
- R.P.P. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen geldboete wegens overtreding artikel 461 Sr
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem, sector kanton, locatie Den Helder, waarin een geldboete van €50 werd opgelegd wegens overtreding van artikel 461 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep vanwege de appèlgrens van €50 zoals bepaald in artikel 404, lid 2, onder b, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof oordeelde echter dat in het dictum van het vonnis een kennelijke verschrijving zat en dat de geldboete €51 bedroeg, waardoor het rechtsmiddel van hoger beroep openstaat.
Het hof verklaarde de verdachte ontvankelijk in hoger beroep, heropende het gesloten onderzoek, schorste dit in het belang van het onderzoek en bepaalde dat het onderzoek op een nader te bepalen datum zal worden hervat. Tevens werd de oproeping van de verdachte voor die zitting bevolen.
Deze beslissing betreft de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de procedurele voortzetting van de zaak, waarbij het hof het dictum van de kantonrechter verbeterde om de ontvankelijkheid mogelijk te maken.
Uitkomst: Verdachte is ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een geldboete van €51 wegens overtreding artikel 461 Sr.