ECLI:NL:GHAMS:2009:BH9037

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.017.026/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking geslachtsnaam adoptiekind bij adoptie door echtgenoten van gelijk geslacht

Appellanten, een gehuwd stel van gelijk geslacht, zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin is vastgesteld dat hun adoptiekind de geslachtsnaam van de adoptieouder zal dragen.

Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:5 lid 3 BW Pro het uitgangspunt is dat een kind dat door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de echtgenoot van een ouder komt, zijn oorspronkelijke geslachtsnaam behoudt, tenzij de ouders gezamenlijk anders verklaren. Artikel 1:5 lid 8 BW Pro, dat de eenheid van naam binnen het gezin bevordert, is hier niet van toepassing omdat de ouders niet dezelfde zijn op het moment van adoptie.

Het hof vernietigt daarom het gedeelte van de beschikking waarin is bepaald dat het kind de geslachtsnaam van de adoptieouder draagt en bepaalt dat het kind de oorspronkelijke geslachtsnaam behoudt. De overige grieven behoeven geen bespreking meer.

Uitkomst: Het hof vernietigt het deel van de beschikking dat bepaalt dat het kind de geslachtsnaam van de adoptieouder krijgt en bepaalt dat het kind de oorspronkelijke geslachtsnaam behoudt.

Uitspraak

(bij vervroeging)
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER
BESCHIKKING van 24 maart 2009 in de zaak met landelijk zaaknummer […] van:
1.[…],
en
2.[…],
beiden wonende te [plaats],
APPELLANTEN,
advocaat: mr. W.J. Eusman te Amsterdam.
1. Het geding in hoger beroep
1.1. Appellante sub 1 en appellante sub 2 worden hierna respectievelijk [X] en [Y] en gezamenlijk appellanten genoemd.
1.2. Appellanten zijn op 30 oktober 2008 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 30 juli 2008 van de rechtbank te Amsterdam, met kenmerk […].
1.3. Appellanten hebben op 19 februari 2009 nadere stukken ingediend.
1.4. De zaak is op 23 februari 2009 ter terechtzitting behandeld, alwaar zijn verschenen appellanten, bijgestaan door hun advocaat.
De hoofd advocaat-generaal bij dit gerechtshof is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2. De feiten
2.1. Appellanten zijn op 20 augustus 2004 gehuwd. Tijdens dit huwelijk is uit [Y] geboren [A] op [datum] 2006 en uit [X] is geboren [B] op [datum] 2007.
2.2. Bij beschikking van 15 november 2006 is door de rechtbank te Amsterdam de adoptie van [A] door [X] uitgesproken, waarbij is bepaald dat de geslachtsnaam van [A] [Y] zal blijven.
2.3. Bij de bestreden beschikking is door de rechtbank de adoptie van [B] door [Y] uitgesproken.
3. Het geschil in hoger beroep
3.1. Bij de bestreden beschikking is, voor zover thans van belang, vastgesteld dat [B] de geslachtsnaam [Y] heeft.
Deze beschikking is gegeven op het verzoek van appellanten, te bepalen dat de geslachtsnaam van [B] na de adoptie [X] zal zijn.
3.2. Appellanten verzoeken vernietiging van de bestreden beschikking, voor zover daarbij is bepaald dat de geslachtsnaam van [B] [Y] zal zijn.
4. Beoordeling van het hoger beroep
4.1. Appellanten stellen in hun zesde grief dat zij in eerste aanleg ten onrechte niet zijn gehoord ter zitting. Nu appellanten in hoger beroep alsnog in de gelegenheid zijn gesteld om hun standpunt mondeling toe te lichten, behoeft deze grief geen verdere bespreking.
4.2. Met de eerste vijf grieven, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, stellen appellanten de vraag aan de orde of de rechtbank ter gelegenheid van de adoptie terecht en op juiste gronden heeft vastgesteld dat [B] de geslachtsnaam [Y] heeft.
4.3. Ingevolge artikel 1:5 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is het uitgangspunt van het sinds 1 januari 1998 gewijzigde naamrecht in geval een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de echtgenoot van een ouder komt te staan dat het kind zijn geslachtsnaam houdt, tenzij de ouder en diens echtgenoot gezamenlijk verklaren dat het kind één van hun beider geslachtsnamen zal hebben.
Artikel 1:5 lid 8 bepaalt Pro echter dat, ter bevordering van de eenheid van naam binnen het gezin, de keuze die de ouders voor hun eerste kind doen, heeft te gelden voor alle volgende kinderen van dezelfde ouders.
Het hof stelt voorop dat artikel 1:5 lid 8 BW Pro in het onderhavige geval toepassing mist, omdat tot het moment waarop [B] door [Y] werd geadopteerd, geen sprake was van dezelfde ouders. Hoewel [B] staande het huwelijk van appellanten is geboren, komen hij en [Y] eerst door de adoptie in familierechtelijke betrekking tot elkaar te staan.
Dit betekent dat de hoofdregel van artikel 1:5 lid 3 BW Pro van toepassing is. Nu uit de bestreden beschikking blijkt dat appellanten ter gelegenheid van de adoptie hebben verklaard dat [B] de geslachtsnaam [X] zal behouden staat niets aan uitvoering van deze verklaring in de weg.
Het hof merkt hierbij op dat ingeval appellanten een naamskeuze achterwege hadden gelaten dit in het onderhavige geval eveneens zou hebben geleid tot behoud van de geslachtsnaam [X] voor [B].
4.4. Het bovenstaande in acht genomen zal het hof de beschikking waarvan beroep, voor zover daarbij is vastgesteld dat [B] de geslachtsnaam [Y] zal hebben, vernietigen. De overige stellingen van appellanten behoeven derhalve geen bespreking meer.
4.5. Dit leidt tot de volgende beslissing.
5. Beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep, voor zover daarbij is vastgesteld dat [B] de geslachtsnaam [Y] zal hebben, en opnieuw recht doende;
bepaalt dat de geslachtsnaam van [B] [X] zal blijven.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.G. Kemmers, A.L. Diender en R.P. IJland-Van Veen in tegenwoordigheid van
mr. R.M. van Diepen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2009.