ECLI:NL:GHAMS:2009:BI0353
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Precariobelasting voor afzonderlijke leidingen in een leidingenbundel bevestigd
Belanghebbende exploiteert een leidingenbundel bestaande uit vier afzonderlijke leidingen die door verschillende huurders worden gebruikt voor het transport van diverse stoffen. De gemeente Rotterdam legde precariobelasting op voor elke leiding afzonderlijk, wat belanghebbende betwistte. Na een verwijzingsarrest van de Hoge Raad werd de zaak opnieuw behandeld door het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de leidingenbundel als één leiding of als vier afzonderlijke leidingen moet worden aangemerkt voor de toepassing van de precariobelasting. Het hof oordeelde dat ondanks de constructieve eenheid en het gezamenlijke beheer, de leidingen afzonderlijke functies vervullen en door verschillende partijen worden gebruikt, waardoor voor elke leiding afzonderlijk belasting verschuldigd is.
Daarnaast werd de geldigheid van de Verordening precariobelasting besproken. Het hof oordeelde dat de verordening voldoet aan de eisen van artikel 217 Gemeentewet Pro en dat de aanslag rechtsgeldig is opgelegd. De hoogte van de belasting is gebaseerd op de lengte van de leidingen en niet op de oppervlakte van de gemeentegrond die zij innemen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat voor elke leiding in de bundel afzonderlijk precariobelasting verschuldigd is en verklaart het beroep ongegrond.