ECLI:NL:GHAMS:2009:BI2149
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P. Ingelse
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- A. Rutten-Roos
- Rechtspraak.nl
Gebruik van handelsnaam Elle voor kledingwinkels leidt niet tot verwarring met WE
In deze zaak stond centraal of het gebruik van de handelsnaam Elle door een franchiseketen in Nederland onrechtmatig was jegens WE, die zelf de handelsnaam WE gebruikt voor kledingwinkels. WE stelde dat het gebruik van Elle verwarring zou veroorzaken vanwege de gelijkenis met haar eigen handelsnamen, waaronder persoonlijke voornaamwoorden als WE, Hij, Zij en You.
Het hof overwoog dat het publiek Elle vooral zal associëren met het bekende modetijdschrift Elle, dat al sinds 1945 in Frankrijk en sinds 1976 in Nederland bestaat. Deze sterke eigen identiteit van Elle in de damesmodewereld maakt dat het publiek niet snel verwarring zal hebben met de onderneming WE. Bovendien kan niet worden aangenomen dat het publiek een monopolie op het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden als handelsnaam toekent.
WE voerde tevens aan dat het gebruik van Elle zou leiden tot verwatering van haar handelsnaam en reputatieschade, maar dit werd niet voldoende onderbouwd. Het hof concludeerde dat er geen sprake is van verwarringsgevaar of onrechtmatig handelen door Hachette en dat de vorderingen van WE daarom niet kunnen worden toegewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde WE in de kosten van het hoger beroep. Het incidenteel appel van Hachette werd niet behandeld omdat het niet tot een andere beslissing zou leiden.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het gebruik van de handelsnaam Elle niet onrechtmatig is jegens WE en wijst de vorderingen van WE af.