ECLI:NL:GHAMS:2009:BI2616
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- A.N. van de Beek
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Vervaltermijn partneralimentatie is dwingend recht, geen verlenging na termijnoverschrijding
Partijen zijn in 1971 gehuwd en in 1995 gescheiden. De man was verplicht tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw, die op grond van de echtscheidingsbeschikking werd vastgesteld en geïndexeerd. De wettelijke termijn van twaalf jaar voor de alimentatieverplichting liep af op 30 mei 2007, waarna de man de betalingen nog tot augustus 2007 heeft voortgezet.
De vrouw verzocht na afloop van deze termijn om verlenging van de alimentatie, maar diende dit verzoek niet binnen de wettelijke vervaltermijn van drie maanden in zoals voorgeschreven in artikel 1:157 lid 5 BW Pro. Het hof stelt vast dat deze termijn dwingend recht is en slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan worden genegeerd, welke in deze zaak niet zijn gesteld.
De vrouw stelde dat de termijn pas zou gaan lopen vanaf het moment dat de uitkering feitelijk werd beëindigd, maar het hof verwierp dit standpunt. Ook het feit dat de man de betalingen bewust nog enige maanden doorzette, vormt geen grond om van de vervaltermijn af te wijken.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en verklaart de vrouw niet ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging van de partneralimentatie, waarmee de alimentatieverplichting van rechtswege is geëindigd.
Uitkomst: De vrouw wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging van de partneralimentatie wegens overschrijding van de wettelijke vervaltermijn.