ECLI:NL:GHAMS:2009:BI2760
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L.L. Neervoort-Briët
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Verzoek opheffing huwelijksgemeenschap afgewezen wegens onvoldoende bewijs lichtvaardige schulden
Partijen zijn in 2000 gehuwd en hun huwelijk is in april 2009 ontbonden. De vrouw verzocht in juli 2008 bij de rechtbank Amsterdam om opheffing van de huwelijksgemeenschap vanwege vermeende schulden die de man lichtvaardig zou hebben gemaakt. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet was voldaan aan de wettelijke criteria.
In hoger beroep bevestigde het hof deze beslissing. De vrouw stelde dat de man creditcards bij buitenlandse banken had, een flexibel krediet bij een bank, en schulden bij een creditcardmaatschappij en een telefoonmaatschappij. De man ontkende deze schulden en was niet verschenen in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de schulden die de vrouw aanvoerde onvoldoende waren om de huwelijksgemeenschap op te heffen. Zo was de schuld bij de creditcardmaatschappij ontstaan door een kort hotelverblijf na het verlaten van de echtelijke woning, en was de lening bij de bank aangegaan voor gezamenlijke doeleinden. Ook was er een betalingsregeling getroffen voor de schuld bij de telefoonmaatschappij. Daarom werd het verzoek tot opheffing van de gemeenschap afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de huwelijksgemeenschap is afgewezen en de beschikking van de rechtbank is bekrachtigd.