ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4777
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- G. Mannoury
- A. Smeeïng-van Hees
- W.F.R. Rinzema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over portretrecht en verzilverbare populariteit bij gebruik portretten in boek
In deze zaak stond het portretrecht centraal, waarbij geïntimeerden zich verzetten tegen het gebruik van hun portretten op een boekomslag door Tirion Uitgevers. De voorzieningenrechter had eerder geoordeeld dat sprake was van portretten en dat geïntimeerden een redelijk belang hadden zich tegen openbaarmaking te verzetten vanwege verzilverbare populariteit en persoonlijk belang.
Tirion stelde in hoger beroep dat de dagvaarding nietig was, dat er geen spoedeisend belang was, dat de afbeeldingen niet als portretten konden worden aangemerkt, en dat er geen sprake was van verzilverbare populariteit of persoonlijk belang. Het hof verwierp de meeste verweren over de dagvaarding en spoedeisend belang, bevestigde dat de afbeeldingen als portretten gelden, maar oordeelde dat de verzilverbare populariteit onvoldoende was aangetoond. Ook het persoonlijk belang van één geïntimeerde werd onvoldoende gemotiveerd bevonden.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vorderingen af. Geïntimeerden werden veroordeeld in de proceskosten. Het arrest benadrukt dat voor een beroep op portretrecht herkenbaarheid voldoende is, maar dat het bestaan van een redelijk belang, zoals verzilverbare populariteit, goed onderbouwd moet worden.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van verzilverbare populariteit en persoonlijk belang.